Beeld en uitleg

De mens in de afgesnoerde kosmos en de twee dimensionale doorsnede van de IK organisatie

De op de mens inwerkende krachten, beginnend met Lucifer

De instrumentele indeling van de tijd

De instrumentele weergave van de tijd en de incarnaties van de aarde in steeds groter wordende verdichting

Zowel Ezechiël als Johannes schouwen de vier dieren.

Ahriman en Lucifer richten hun pijlen. Vanaf de stemspleet tot het middenrif is het gebied beschermd tegen de uitwerking ervan.

Spiegeling in de V vorm: Het getal 7 met zijn specifieke betekenis in de mensheidsontwikkeling. De Archai nemen de oergebeurtenissen waar en spiegelen die terug na verloop van tijd in tijdenronden.

De dal parabool geeft de grens aan waarlangs de mens, afdalend in de aardezwaarte, onder steeds wisselende vormen en fysieke dichtheid, uiteindelijk wordt tot datgene wat hij nu is. Hij wordt geschapen als een lichtgevende bloemengestalte, die kantelt onder invloed van de verzwaring die plaatsvindt en die vanuit zijn massa zwaartekracht ontwikkelt. Het voortplantingsorgaan, de bloem, de kelk van het eeuwige leven, kantelt mee. De plantgestalte verdierlijkt, de wortelknop ontwikkelt zich in de richting van een schedel en het voortplantingsorgaan ordent zich in de krachtlijnen van de aarde (later de maan). Tegelijkertijd spiegelt dit proces zich ook in de ontstane substantie.

Verkerend in een situatie waarin Tronen hun moed, hun substantie, hun wezen offeren aan Cherubijnen, die dit offer aanvaarden, kan het beeld opgeroepen worden van een soort offerrook die zich bolvormig in alle richtingen verplaatst en daarmee tegelijkertijd ruimte schept. Wie zijn wezen offert gaat op in het andere wezen en schept nieuwe wezens. Uit de Offerande ontspringen nieuwe wezens, de Archai, de wezens van de tijd. Tegelijkertijd gaat het geofferde wezen van de Tronen, die uit allerlei soorten moed bestaan, over in warmte in de Maya.

Vanuit de Melothesia bezien kan nog het volgende worden opgemerkt. De wijze waarop ons zonnestelsel werd gevormd gaat via de weg van een zich verdichtende gaswolk, waarbij in die wolk de zon zich afscheidt met de maan en krachten van buiten af verdichtingen laten ontstaan die dan uiteindelijk planeten worden. Indien nu de kiem – de zon, de aarde en de maan – de essentie zijn van het mensenwezen, de dooier, van waaruit het geestwezen moet ontstaan, van waaruit iedere individuele mens wordt afgebeeld (Melothesia), dan zal die kiem een soort nieuwsgierigheid bevatten die zijn omgeving wil waarnemen. Hersenen doen dat: Het oog is een gevolg van de nieuwsgierigheid van het brein naar licht in zijn omgeving. Dat betekent dat in een wisselwerking met de sterrenbeelden aan de kiem telkens nieuwe mogelijkheden worden aangeboden, die tot gevolg hebben dat zowel een zintuig ontstaat voor het waarnemen van die mogelijkheid als een orgaan om die mogelijkheid te koppelen aan een levensproces. Dat gebeurt dan als de kiem – de zon, de aarde en de maan – zich door de dierenriem verplaatsen en een positie innemen op grond waarvan de scheppende kracht uit het sterrenbeeld zijn werk kan doen.

Creatief zijn met beelden om de geesteswetenschap toegankelijk te maken.